Hindernissen geven ons vleugels.
Van tevoren heb ik geschreven hoe ik dacht dat mijn Camino eruit zou gaan zien. Natuurlijk had ik me goed voorbereid. Ingelezen en rondgekeken op internet. Maar uiteindelijk bleek alles anders te lopen dan ik dacht.
Vijftig dagen en negenhonderd kilometer lopen vielen me gemakkelijker dan verwacht.
Ik realiseer me dat ik een gelukkig mens ben die heeft genoten van een sabbatical van twee maanden, ze zijn voorbijgevlogen.
Verwondering

Wat me misschien wel het meest verbaasde: ik dacht niet elke dag aan mijn ouders.
Soms vergat ik zelfs dagenlang waarom ik eigenlijk begonnen was. Mijn hoofd zat vol met heel andere dingen.
Waar ik koffie zou kunnen drinken, waar ik zou slapen, in welke herberg, waar ik de mooiste foto zou kunnen maken.
Gesprekken met pelgrims over niets en alles. Over het leven. Diepe en mooie gesprekken. En ondertussen was er steeds weer die pracht van de natuur: een zonsopgang in de meseta, mist boven de bergen in Galicië, momenten die me stil maakten.
En soms rolde er zomaar een traan, zonder dat ik precies wist waarom. Ik voelde de schoonheid van een verlaat rouwproces.
Niemand loopt de Camino zo maar. Er is bijna altijd iets dat je op weg zet, al weet je soms pas onderweg wat dat precies is. Vaak gedragen door een vraag, een verlies, of een verlangen dat zich niet zomaar laat benoemen.
Weer thuis
De terugkeer was vreemd. Niet omdat Nederland veranderd was, maar omdat ik anders thuis kwam dan ik was vertrokken. Mijn voeten kenden nog het ritme van de Camino, maar liepen nu door de stad. De stilte van de meseta had plaatsgemaakt voor het geroezemoes van alledag.
De vertrouwde gele pijlen die mij bijna vijftig dagen de weg hebben gewezen, zijn er niet meer.
Een “unheimlich” gevoel.
Velen voelen bij thuiskomst hetzelfde: “de Camino-blues”. De Camino begint pas echt wanneer je weer thuis bent.
Vrienden vroegen: “Hoe was het? Heb je gevonden wat je zocht?”
Ik antwoordde eerlijk:
“Ik heb geen antwoorden gevonden. “
“Maar mijn vragen zijn opgelost in destappen die ik achtergelaten heb.”
Dagboek van een Pelgrim
Dag 19 — De pelgrim op de Meseta

Vrijdag 17 oktober 2025
Ik herinner me die vroege ochtend nog goed, toen ik in het donker vertrok uit de albergue Puente Fitero in Ítero de la Vega. Voor me, in het glooiende landschap, zag ik de hoofdlampjes van twee pelgrims het pad verlichten. Toen ik achterom keek, zag ik hetzelfde beeld: een donker silhouet met een klein lichtje. Een eenzame pelgrim, stil onderweg naar Santiago net als ik.
Na een klein uurtje kwam de zon op en voelde ik de warmte in mijn lijf stromen. De hemel kleurde diep rood aan de einder. Maar deze keer voelde het anders, warmer en intenser. Het was alsof die warmte niet alleen van de zon kwam, maar van iets diepers. Alsof mijn ouders met me mee wandelden, onzichtbaar maar dichtbij. In gedachten hoorde ik hen zeggen: loop maar, het gaat goed zo. Wij zien je.
Toen ik later nog eens achterom keek, was de pelgrim verdwenen. Geen silhouet meer op het pad, alleen het landschap, en het stille besef dat er stappen zijn die je niet hoort, maar die je toch dragen. Het gevoel dat mijn ouders nog steeds naast me lopen, op een manier die woorden nauwelijks kunnen vatten.
Dag 27 — Cruz del Ferro: De Steen

Zaterdag 25 oktober 2025
Ik wil er vroeg zijn, vóór de drukte, als de wereld nog slaapt. Daarom overnacht ik in albergue Monte Irago in Foncebadón, slechts twee kilometer voor Cruz del Ferro.
Het hoogste punt van de Camino. De avond ervoor wordt er volop feest gevierd in de herberg, maar zelf trek ik me terug. Ik ben niet in de stemming voor rumoer. Ik wil rust, slaap en stilte.
Morgen wil ik op tijd vertrekken. De zon zal even voor half negen opkomen. De voorspelling belooft een korte, heldere ochtend; daarna valt er regen en wordt het zwaarbewolkt.
Even voor zes uur rol ik mijn slaapzak op. Mijn adem dampt in de koude lucht terwijl ik mijn spullen in mijn rugzak stop. De tocht is kort, maar het pad stijgt scherp. Het is aardedonker.
De gele pijlen lichten op in het schijnsel van mijn hoofdlamp; verdwalen is onmogelijk. In het dal branden de lampjes van de dorpjes ver onder me. De hemel opent zich en de maan en sterren verschijnen.
Het is alsof iemand van boven fluistert: “Ga maar. Ga maar.”
Op de top staat een houten paal, bekroond met een ijzeren kruis en omringd door een enorme stapel stenen. Pelgrims leggen hier traditioneel een steen of een klein voorwerp neer dat zij hebben meegebracht als een symbolische last; een teken van het loslaten van zorgen, zonden of verdriet. Het is een moment van stilte, bezinning en ontroering. Voor velen is dit het spirituele hoogtepunt op de weg naar Santiago de Compostela. Ik heb ook uitgekeken naar deze plek op de Camino.
De afgelopen nachten sliep ik onrustig. Ik bleef twijfelen: zou ik de steen achterlaten of niet?
Wanneer ik boven kom, ben ik de eerste. Alleen bij het kapelletje ligt een pelgrim te slapen, diep in zijn slaapzak gewikkeld. Een goede keuze, denk ik glimlachend.
Er hangt een serene, bijna heilige rust. De stenen liggen er als getuigen van duizenden verhalen. Elke steen draagt een ziel, een herinnering, een hoop.
Het raakt me diep. Dit is de plek waar ook mijn steen hoort.
Het voelt als een paradox: je laat iets achter dat je dierbaar is, terwijl je weet dat het loslaten allang begonnen is. Ik ben de Camino juist gestart om dat proces bewust voort te zetten. De steen die ik samen met Stephanie maakte, houd ik even in mijn hand voordat ik hem neerleg. Er is niemand anders met wie ik dit moment had kunnen voorbereiden; dat maakt het heel bijzonder. De laklagen op de steen beschermen de woorden:
Mag ik jullie uit de hemel plukken?

Een zin uit een gedicht dat ik twee jaar geleden schreef in Italië, tijdens de ‘Weg van de Liefde’.
Op de achterkant staan de data van het heengaan van mijn ouders, Jacob en Dora, en van Kees – mijn vriendje dat naast me zat tijdens het ongeluk. Het blijft onwerkelijk. Soms voelt het alsof het gisteren was.
Langzaam wordt het licht. De hemel kleurt paars, dan zacht oranje.
Tijd voor een foto, een blijvende herinnering.
Steeds meer pelgrims verschijnen, maar de stilte blijft. Er is een soort onuitgesproken regel: iedereen wacht en loopt één voor één naar boven. Ieder heeft zijn eigen moment alleen bij het kruis. Er zijn tranen, omhelzingen en gefluisterde woorden. De saamhorigheid is voelbaar: warm en troostend.
Op een stil moment loop ik omhoog.
Ik leg de steen neer met de tekst naar het noorden gericht, naar waar ik vandaan kom.
Een moeilijk moment, maar ook een mooi moment.
Ik heb ernaar uitgekeken en er tegenop gezien. Ik ben ver teruggegaan om weer verder te kunnen. Een vreemd, intens proces. Maar ik heb nog geen moment spijt gehad. Zonder om te kijken pak ik mijn rugzak en mijn stokken. Ik loop verder, de berg af. Ik ben fysiek moe en emotioneel, maar ook verlicht.
Trots op Titia, met wie ik het proces van loslaten drie jaar geleden begon. En diep van binnen voel ik me voldaan.
Ik loop vandaag niet ver. Na acht kilometer vind ik in El Acebo de San Miguel een kleine albergue. Na een heerlijke Spaanse linzensoep met chorizo neem ik rust. Voldoende tijd om polarsteps bij te werken.
Dag 37 — Santiago de Compostela: Vicarie Pro
Dinsdag 4 november 2025

De laatste etappe. Voor velen is Santiago het eindpunt van de Camino.
Ik loop nog verder naar Fisterra en Muxia aan de kust. De aankomst vier ik met mijn Camino-familie, de mensen die ik de afgelopen zes weken heb leren kennen.
Er is een gezellige drukte op het plein voor de kathedraal. Pelgrims omhelzen elkaar, lachen, huilen. De vreugde is tastbaar.
Binnen in de kathedraal is het stil en schemerig. Het contrast met het levendige plein buiten is groot. Hier komen alle pelgrims, ongeacht hun geloof of achtergrond, om een eeuwenoude traditie te volbrengen.
Sommigen bidden hier. Anderen fluisteren woorden van dank. Weer anderen staan stil, in gedachten verzonken. Dank voor de bescherming onderweg.
Dank voor de kracht om door te gaan.
Een stil moment voor mijn ouders voor wie ik deze weg gelopen heb.
Daarna, volgens de traditie, loop ik achter het hoofdaltaar naar boven, waar het beeld van St. Jacob staat. Ik omhels het beeld van achteren de abrazo, de omhelzing van de apostel. Een gebaar dat het einde van de reis markeert, maar ook een nieuw begin.
Pas daarna loop ik naar het pelgrimsbureau om de Compostela op te halen. Het is opvallend rustig, in tegenstelling tot de lange rij die er in mei stond.
Mijn pelgrimspaspoort wordt op de juiste etappes en stempels gecontroleerd. Dan laat ik mijn telefoon zien met de Spaanse tekst die ik van tevoren heb voorbereid:
“Estimado empleado, He recorrido el Camino Francés en honor a mi difunto padre. ¿Sería tan amable de escribir su nombre en el certificado? Vicarie pro: Jacob Schouw”
De vrouw knikt begrijpend en geeft me een briefje waarop ik de naam van mijn vader moet opschrijven. Het is een moeilijk moment. Ik realiseer me dat ik zijn naam heel weinig heb opgeschreven in mijn leven. Emoties overrompelen me. Ik vertrouw de naam van mijn vader toe aan het papier: Jacob Schouw. Terwijl ik schrijf, voel ik de tranen opkomen. Een dikke traan rolt over mijn wang.
De dame die de Compostela in orde maakt, zet haar bril af. Ook bij haar glanzen de ogen. Ze pakt mijn hand beet, kijkt me aan en zegt zacht:
“Lo arreglamos por ti.”
We regelen het voor je. In die ene zin zit alles.
In die aanraking zit alles wat de Camino is: menselijkheid, verbinding, begrip zonder woorden.
Op de compostela staat in sierlijke letters Vicarie Pro: Jacob Schouw, ik ben trots…
Hoe mooi kan de Camino zijn?
Dag 45 — Muxia: de verstrooiing

Maandag 17 november 2025
Na Santiago loop ik nog vier dagen door naar Fisterra, het meest westelijke punt van Spanje.
Vroeger verbrandden pelgrims hier hun kleren en schoenen, alsof zij hun oude leven letterlijk achterlieten.
Sinds de aanscherping van de milieuwetgeving is dat ritueel verdwenen, maar de betekenis ervan hangt hier nog altijd in de lucht.
Ik blijf een paar dagen in Fisterra om daarna verder te lopen naar Muxía. Volgens de pelgrimstraditie word je in Muxía herboren.
De laatste etappe is zo’n 28 kilometer. Het regent bijna onafgebroken. De hele dag. En vreemd genoeg voelt dat niet zwaar. De regen wast de weg schoon, de gedachten ook.
Ik loop nat, doorweekt, maar licht. Alsof de Camino mij nog één keer wil laten voelen dat overgave geen strijd is.
Ik schrijf 17 november 2025. Het is 55 jaar geleden dat mijn vader en moeder zijn overleden – althans tijd is een relatief begrip op de Camino. Eergisteren heb ik uit naam van mijn ouders een mis aangevraagd in het Santuario da Virxe da Barca, het kerkje dat aan de rand van de oceaan staat in Muxía. Trek je hier een denkbeeldige lijn naar de overkant, dan kom je uit in Canada, in Newfoundland. Nieuw gevonden land. Alleen al die naam zet iets in beweging.
Naast het kerkje staat een monument: twee hoge rotsblokken met een scheur in het midden. De naam van het monument is:
A Ferida — De Wond.
Ooit opgericht na de ramp met een olietanker. Nu een plek waar breuken mogen bestaan.
De mis is om 18.00 uur, net voordat het donker wordt. Na afloop gaat iedereen zijn eigen weg. Het monument ligt in volledige stilte. In de spleet van het monument liggen stenen.
Daartussen steek ik een kaars aan.
Het licht beweegt zacht tussen de rotswanden, alsof het ademt. Voor de Camino heb ik een filmdoosje gevuld met aarde op de plek waar mijn ouders begraven zijn.
Ik strooi die aarde symbolisch uit het filmdoosje dat ik bijna vijftig dagen met me meedroeg.
De aarde is inmiddels zand geworden, kurkdroog, bijna as.
De wind blaast het in mijn ogen. Tranen spoelen het weg.
Wat overblijft, vindt zijn weg naar de zee en tussen de stenen van het monument.
Een plek om altijd naar terug te keren.
Muxía voelt als een nieuw huis. Als een nieuwe geboorte.
Ontmoetingen onderweg
Colin — The Poetic Pilgrim

Deze bijzondere ontmoeting wil ik jullie niet onthouden.
Onderweg ontmoette ik pelgrim Colin.
Hij liep de Camino met een oude typemachine, zwaar en onhandig, alsof hij bewust had gekozen voor traagheid. Voor aandacht. Voor luisteren. Colin is dichter, en niet zomaar een. Hij schrijft zoals sommige mensen lopen: met open ogen en zonder haast.
Colin is ook een overtuigd christen. Zijn geloof loopt met hem mee, niet luid of dwingend, maar stil en vredig aanwezig.
We raakten in gesprek. Een echt gesprek, zoals dat alleen op de Camino ontstaan.
Over verlies. Over dragen en loslaten. Over wat je meeneemt zonder het te weten. Over rouw die zich laat verweven met je leven.
Na een tijd vroeg hij mij om één ding. Een kernwoord.
Een woord of enkele woorden waarmee hij een gedicht voor mij zou schrijven. Een eenvoudige vraag, en tegelijk een onmogelijke. Hoe vang je in één kernwoord waarom je de Camino hebt gelopen?
Hoe leg je jaren van gemis, zoeken, zwijgen en doorgaan vast in één woord?
Na stilte werden het drie woorden:
Grief walked away.
Colin knikte.
Zonder iets te zeggen zette hij zich achter zijn typemachine. Het ratelen begon. Een vast, bijna geruststellend geluid, alsof de woorden zich al lang hadden aangediend en nu eindelijk mochten landen.
Hij schreef.
Ik keek.
En ik wist: dit ging niet over mij alleen.
Het gedicht dat hij schreef heb ik niet vertaald. Niet uit onwil.
Sommige teksten verliezen hun ziel zodra je ze verplaatst.
De geest van dit gedicht leeft in zijn taal, in zijn ritme.
Het is een gedicht voor iedereen die leeft met verdriet dat pas later kwam.
Voor wie rouw niet achter zich laat, maar met zich heeft verweven. Het is een draad die je meeneemt in je leven en altijd blijft bestaan.
Voor wie heeft geleerd dat verlies geen eindpunt is, maar een metgezel – is soms zwaar, soms stil, soms onverwacht afwezig.
Zoals op de Camino zelf. Ik nam het gedicht aan. Niet als antwoord. Maar als erkenning. En dat was meer dan genoeg.
She Comes
She comes.
The sun is set, the door is closed.
The matter was thought resolved.
The issue had ceased
to be an issue.
And yet she comes,
in the silence between thoughts,
unbidden
and perhaps unwelcome.
She comes and says:
“It is not finished yet, you understand.”
And she is right, of course this grief.
And so you open your doors,
every one of them,
and let the wind move
where for so long
there was no movement.
And at last
you allow the sun to rise.
She goes.
C.M. Matty
Muxía,18 November 2025
Gepubliceerd met toestemming van de auteur
(C) kenniscentrum Verlaat Verdriet 2026