‘Mevrouw, ik zou zo graag met u willen praten.’
In de eerste jaren van mijn Verlaat Verdriet-werk werd ik gebeld door een mevrouw. ‘Ik woon naast u. In het bejaardenhuis’ vertelt ze me.
‘Dit verhaal ken ik’ realiseer ik me. ‘Je zou eens met m’n moeder moeten praten’ zei een kennis me eens, toen hij hoorde van mijn Verlaat Verdriet-werk. ‘Ze woont naast je. Mijn moeder is vierennegentig. Ze was veertien toen ze haar moeder verloor. Mijn moeder praat er nooit over, maar ik weet dat dat verlies nog altijd een grote rol speelt in haar leven.’
Opluchting
‘Ik kom naar u toe’ zei ik tegen haar. ‘Meteen. Nu.’Mijn kennis van Verlaat Verdriet was op dat moment nog lang niet zo ver ontwikkeld als die nu is. Wat heb ik veel van haar geleerd in die ene ontmoeting met deze dochter-zonder-moeder. Gehuild heeft deze vierennegentigjarige vrouw. Gehuild, alsof haar moeder gisteren overleed.
‘Wat ben ik blij, dat ik dit eindelijk eens kan vertellen tegen iemand die begrijpt wat ik vertel. We moesten door. En dat heb ik altijd gedaan.’
Aanknopingspunten
Wat vertel jij over het verlies van je ouder als je in een veilige omgeving wordt uitgenodigd je hart te lucht?
©Kenniscentrum Verlaat Verdriet 2006