De kerstengel en mijn moeder

‘De kerstengel en mijn moeder’ gaat vooral over herinneren en herinneringen.
Uit mijn eigen ervaring weet ik hoe ingewikkeld het thema ‘herinneren’ en ‘herinneringen’ voor Verlaat Verdriet-ers kan zijn.
Wat is waar?
Wat is niet waar?
Klopt het wat ik denk?
Klopt wat ik denk met wat ik voel?
Wat heb ik van horen zeggen?
Welke herinnering is van mijzelf? Welke niet?

Kerstmis

December. Een paar dagen voor Kerstmis. Op twaalf december ben ik acht jaar geworden.
Mijn moeder is al jaren ernstig ziek. (Hoe ziek? Ik weet het niet. Ik kan me niet herinneren dat het me in woorden is verteld.) Ze leeft nu in de laatste dagen van haar leven (Ik ben me daarvan niet bewust. Wie wel? Wie wil/kan dat onder ogen zien? Mijn beide ouders doen er alles aan het leven voor ons, de kinderen, zoveel mogelijk gewoon door te laten gaan.)
Samen met mijn vader en mijn drie jaar jongere broertje (Denk ik. Was mijn moeder daar bij?) tuig ik de kerstboom op. We hebben een mooie kerstengel gekregen om in de boom te hangen. Van glas (Natuurlijk. In die tijd geen plastic of andere materialen.) Gekleurd. Met mooie vleugels.
Ik laat de kerstengel uit mijn handen vallen.
Kapot. In duizend kleine stukjes.
Ik ben ontroostbaar. (Dat moet zo zijn geweest, gezien het vervolg van het verhaal.)

Kerstengel

Iemand, (Mijn vader? Mijn moeder?) lost de ramp op door mij een klein popje uit mijn poppenverzameling te laten halen.
Mijn moeder kleedt dit popje aan (Was ze er toch bij? Waar? In de kamer? In bed?) Jurkje van gaas (Natuurlijk. Alle engelen hebben jurken van gaas. Dat wist ik al.) Luierbroekje (Vast de enige engel ooit met een luierbroekje.) Een klein blauw kroontje op haar hoofd. Geknipt uit een aluminium dop van een karnemelkfles (Dat moet van een karnemelkfles zijn geweest.) en vastgeplakt met Velpon (Natuurlijk vastgeplakt met Velpon. Alle belangrijke dingen werden in die tijd vastgeplakt met Velpon.) In de loop van de jaren is dat kroontje van haar hoofd gevallen. De Velpon zit nog op haar kopje.
De vleugels van de stukgevallen engel plakt mijn vader aan het ruggetje vast met zegellak (Komt de interessante staaf zegellak weer eens tevoorschijn. Daar moet vuur bij komen om de lak te laten smelten. Deze indrukwekkende handeling vergoedt wel wat van mijn verdriet, naar ik vermoed. Want als de zegellak tevoorschijn komt is er echt iets belangrijks aan de hand.)
Vanaf dat moment weet ik het absoluut zeker: engelen zijn meisjes (vanaf drie dagen later heb ik geen moeder meer om me te vertellen dat engelen doorgaans geen meisjes zijn.)

Kerstboom

Ik heb de engel in de boom gehangen (Genoeg getroost? Ik weet het niet.)
Wel weet ik dat deze engel sinds 1957 een leven lang met mij is meegegaan. Ook al zijn er grote gaten in mijn gevoels-herinneringen aan toen. Wat ik in deze kleine engel heb meegenomen is liefde en zorg van mijn beide ouders.

Aanknopingspunten
Welke jeugdherinnering komt het eerste bij jou op?

©Titia Liese 2025